Posts tonen met het label 6. Praktijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 6. Praktijk. Alle posts tonen

vrijdag 13 april 2012

Les 3

Voorbereiding

Groep 6
Vakgebied/onderwerp: Beeldende Vorming / Drama
Lesduur: 80 minuten
Wat: een bewegende, vrolijke pop maken van verschillende materialen.
Beeldend probleem: maak een vrolijke pop die kan bewegen met de aanwezige materialen.
Beeldend doel: laat zien dat de pop vrolijk is.
Technisch doel: zorg dat de pop kan bewegen.
Beeldaspecten: licht, kleur, vorm, ruimte, structuur.
Materiaal: wc-rollen, ijzerdraad, katoenen draad, gekleurde papierstroken, gekleurd papier, lijm, schaar, prikpen.
Bronnen: animatiefilm ‘Ratatouille’, diverse fragmenten o.a. keuken Linguini blind leren koken, slapende Linguini in keuken van restaurant.

Beginsituatie:
Leerlingen hebben de theorieles over de film ‘Ratatouille’ gevolgd en hebben de film bekeken a.d.h.v. de kijkwijzer.
Lesdoel:
De leerlingen kunnen vertellen wat de kenmerken zijn van vrolijkheid.
De leerlingen kunnen een bewegende, vrolijke pop maken met de aanwezige materialen.

Introductie (10 minuten)
De helft van de leerlingen krijgt een blinddoek om. De andere leerlingen geven een opdracht om iets te doen, zodat de geblinddoekte voelt hoe het is om op commando te bewegen. Daarna wisselen ze van rol. Na het rollenspel kijk je samen naar het filmfragment dat Linguini blind leert koken. Je ziet hoe Linguini beweegt op commando en je hebt het zelf ervaren. Neem dit mee in het maken van een bewegende pop.

Kern (60 minuten)
We leggen de opdracht uit. De leerlingen gaan een bewegende, vrolijke pop maken met de aanwezige materialen. Ze denken na hoe ze vrolijkheid in de pop kunnen weergeven. Zorg dat de pop kan bewegen. Bedenk welke materialen je hiervoor kunt gebruiken.

Afsluiting (10 minuten)
De leerlingen ruimen hun materialen op. Ze gaan in de kring zitten en hebben hun gemaakte pop op schoot. Samen met de leerlingen bespreek je waar je tegenaan bent gelopen? Hoe hebben de leerlingen de pop bewegend gemaakt? Welke materialen hebben ze hiervoor gebruikt en wat zouden ze eventueel kunnen verbeteren? Hoe vrolijk zijn de poppen? Wat hebben ze geleerd, wat zou beter kunnen?

Les 2

Voorbereiding

Groep 6
Vakgebied/onderwerp: Beeldende Vorming / Drama
Lesduur: 60 minuten
Wat: tekening maken van een dier met menselijke eigenschappen.
Beeldend probleem: teken een dier met menselijke eigenschappen, waarbij je gebruik maakt van grijze potloden in verschillende hardheden en gum.
Beeldend doel: een menselijke eigenschap weergeven in een dier.
Technisch doel: gebruik maken van grijs potlood in verschillende hardheden en gum.
Beeldaspecten: licht, vorm, structuur.
Materiaal: A4 tekenpapier (120 grs.), potloden in 3B, HB en 1H, gum.
Bronnen: animatiefilm ‘Ratatouille’, diverse fragmenten o.a. Remy die op zijn achterpoten loopt, Remy in de pot met deksel bij de Seine.

Beginsituatie:
Leerlingen hebben de theorieles over de film ‘Ratatouille’ gevolgd en hebben de film bekeken a.d.h.v. de kijkwijzer. De leerlingen zijn bekend met de hardheden van de potloden.
Lesdoel:
De leerlingen kunnen menselijke eigenschappen benoemen en uitbeelden.
De leerlingen kunnen een dier tekenen met menselijke eigenschappen.

Introductie (10 minuten)
De leerlingen kijken naar fragmenten uit de film, waarin de menselijke eigenschappen zijn terug te zien in de dieren. Naar aanleiding van het fragment hebben we een gesprek, waar o.a. de volgende vragen aan bod komen: waaraan kun je zien dat…, hoe kun je het versterken. Na het gesprek gaan de leerlingen in tweetallen menselijke eigenschappen uitbeelden. Een aantal leerlingen beelden het uit aan de andere leerlingen.

Kern (40 minuten)
We leggen de opdracht uit. De leerlingen gaan een tekening maken van een dier met menselijke eigenschappen. Denk daarbij aan wat je net gezien hebt. Gebruik de hardheid van de verschillende potloden om de menselijke eigenschappen te versterken.

Afsluiting (10 minuten)
De leerlingen ruimen hun materialen op. Ze gaan in de kring zitten en leggen hun tekening voor zich op de grond. Je bespreekt het proces, waar zijn ze tegenaan gelopen, wat hebben ze geleerd, wat zou beter kunnen?

donderdag 12 april 2012

Les 1


Voorbereiding

Groep 6
Vakgebied/onderwerp: Beeldende Vorming / Muziek
Lesduur: 60 minuten
Wat: Muziek maken met eigengemaakt muziekinstrument
Beeldend probleem: Maak een instrument van kosteloos materiaal, wat minimaal twee verschillende tonen kan laten horen. Probeer per groep een gevoel, een stemming over te brengen d.m.v. een optreden met de instrumenten. Het publiek probeert het gevoel, de stemming te raden.
Beeldend doel: een gevoel, een stemming overbrengen aan het publiek.
Technisch doel: gebruik maken van kosteloos materiaal, zonder gebruik van lijm of plakband.
Beeldaspecten: textuur, vorm, (muziek)ritme.
Materiaal: kosteloos materiaal: eierdozen, wc-rollen, restjes wol, stukjes ijzerdraad, rietjes, plastic flesjes, dozen, kurken, krookkurken, satéstokjes enz., schaar
Bronnen: animatiefilm 'Ratatouille', fragment lopen door de buizen tot het moment van ontdekken van Parijs (15.33-17.00).

Beginsituatie:
Leerlingen hebben de theorieles over de film 'Ratatouille' gevolgd en hebben de film bekeken a.d.h.v. de kijkwijzer.
Lesdoel:
De leerlingen kunnen een muziekinstrument maken met kosteloos materiaal.
De leerlingen kunnen muziek maken met het instrument (minimaal twee tonen).
De leerlingen kunnen gevoelens overbrengen met het instrument.
De leerlingen kunnen gevoelens herkennen in de muziek.

Introductie (10 minuten)
De leerlingen luisteren met hun ogen dicht naar het filmfragment. Naar aanleiding van het fragment hebben we een gesprek, waar o.a. de volgende vragen aan bod komen: Wat hoor je, waar denk je aan, wat doet het met je. Na het gesprek bekijken we het filmfragment, waarbij we de antwoorden naast de beelden leggen.

Kern (40 minuten)
We leggen de opdracht uit. De leerlingen gaan een muziekinstrument maken van kosteloos materiaal. Ze denken na welk geluid het instrument kan maken en welk gevoel, welke stemming dit kan oproepen. Hiervoor krijgen ze 30 minuten de tijd.
De materialen worden opgeruimd en er worden vier groepjes gemaakt. Elk groepje krijgt een kaartje met een gevoel/stemming (blij, verdrietig, angstig, opgewonden). Dit gevoel brengen ze d.m.v. muziek te maken over aan de andere leerlingen. Hiervoor krijgen ze 10 minuten de tijd op te oefenen.

Afsluiting (10 minuten)
Elk groepje verzorgt een optreden, waarbij de andere leerlingen het gevoel moeten herkennen.
Hierbij krijgen de leerlingen tips en tops van de andere leerlingen. We gaan in op hoe het gevoel, de stemming versterkt kan worden.